Ik had haast om mijn leven te leven. Heel veel haast. Ik deed van alles tegelijk, had keuzestress en kon niet meer stilzitten om van het moment te genieten. Want het kon allemaal zo veranderen. Dat is wat ik leerde.

Althans, dat dacht ik.

Verlies maakte dat ik haast kreeg om alles er uit te halen wat er in zit. Harder werken, harder leren, harder opbouwen. Mijn best doen voor een vlekkeloos huis en altijd voldoende boodschappen in de kast. Werken aan schone was. Nu beleven. Nu veranderen. Nu vieren.

Ik moest harder leven. Harder mijn best doen. Zijn leven afmaken, of er betekenis aan geven. Want waarom was hij er anders dan maar zo kort geweest? Waarom?

In een soort paniek die ontstond toen het stof van die eerste vroege rouw neerdaalde, werkte ik mezelf over de kop.

Oh en wat heb ik veel bereikt in die korte tijd. Wat hebben mijn ouders hard genoten van al die momenten samen. Wat leefde mijn kind zijn beste leven in pretparken, op vakantie en in het bos. Wat liep het huishouden op rolletjes. Maar, deed ik mijzelf hier een plezier mee? Nou nee. Het mag best een tandje minder hard.

Want door zo hard mijn best te doen, miste ik ook wie ik werd. Vergat ik te genieten. Vergat ik zachter te zijn voor mij. Dat besef kwam langzaam. Het harde werken was moeilijk om van me af te schudden. Soms trap ik er zelfs nog steeds in.

Inmiddels weet ik wat rouw mij echt heeft geleerd. Dat harde werken, het leren, het haast maken, het niks willen missen… dat waren concrete to-do’s. Het was een eindeloze lijst van dingen die ik moest doen om te tonen dat ik liefhad. Om mening te geven aan. Maar het gaat niet om de dingen op die lijst. Het gaat om het liefhebben. Het gaat om met aandacht met elkaar leven. 

Het gaat om jezelf zijn, in je zelf groeien, aanvaarden wat is en er daarna met je hele hart ook voor een ander kunnen zijn.


Ben je geraakt? Denk je, ja zo is het maar hoe nu verder? Neem dan contact op: